Stage ervaring bij GBS International

Ontdek hoe Robert Verhoeff zijn stage bij GBS International in Oud-Beijerland ervaart.

Week 1

Het is begonnen! Mijn GBS avontuur. Normaal gesproken beginnen stages eerder, maar gelukkig kon ik bij dit bedrijf een plekje vinden. De komende tijd mag ik me bezig gaan houden bij de afdeling lasercladden, en ik heb er zin in!

Misschien is het trouwens wel handig dat ik me even voorstel: Ik ben Robert Verhoeff, 22 jaar oud, student Werktuigbouwkunde aan de Hogeschool Rotterdam en vanaf deze week ook stagiair bij GBS Service International.

 

Lasercladden dus. Het lijkt een beetje op oplassen, maar gebeurt dan met een laser en metaalpoeder. Tot nu toe dan. Onlangs zijn we begonnen met experimenten om draad te gebruiken in plaats van poeder. Toevallig heeft mijn opdracht daar mee te maken. Ik mag uit gaan zoeken hoe we twee metalen met verschillende smeltpunten aan elkaar kunnen cladden.

 

Een flinke uitdaging, en eerlijk gezegd weet ik niet zeker of het gaat lukken, maar daar gaan we wel voor. Deze week bestond vooral uit lezen, uitzoeken en vragen stellen. Niet heel veel spannends, maar dat is te verwachten aan het begin.

 

Het is ook wel fijn dat het lasercladden een eigen hal heeft eerlijk gezegd. Zo zit ik hier wat rustiger, is iedereen hier bezig met hetzelfde doel, en sta je met je neus tussen de machines. En als ik het even niet weet? Dan willen ze zeker helpen. Met meedenken dan, want het blijft wel mijn opdracht natuurlijk. Nee, ze houden hier niet van moeilijk doen. Dat heb ik ondertussen wel begrepen.

Week 2

De tweede week zit er weer op. Een rustigere dan vorige week. Meer omdat ik me nu aan het inlezen ben en ik minder nieuwe indrukken krijg. En natuurlijk wen je ook aan de gang van zaken. Eerlijk gezegd moet ik wel bekennen dat ik deze week wel minder efficiënt bezig ben geweest. Op dit moment is het schrijven van een Plan van Aanpak de hoogste prioriteit, maar ben ook met andere dingen bezig geweest. Een dag aan tijd is opgegaan aan iets uitzoeken wat achteraf helemaal niet zo belangrijk bleek. Volgende keer maar beter mijn onderzoek voorbereiden.

Gelukkig was dat één dag van de week, dus zo’n ramp is het ook weer niet. Andere dagen ben ik wel lekker bezig geweest. Zo heb ik de proefopstelling voor het cladden voorbereid, uiteraard met hulp. Soms heb ik dat ook nodig merk ik, even er tussenuit. Weg uit de theorie en de zee aan pdf’jes die over het onderwerp te vinden zijn. Iets met bomen en een bos en dingen niet meer zien.

De werkplaats in lopen werkt dan heel goed. Scheelt ook als ik een vraag heb waar het internet mij niet direct antwoord op geeft. Dan weten de mensen in de werkplaats het wel. Ik houd er zelf ook wel van om met mijn handen bezig te zijn. De werkplaats in lopen is dus niet alleen pure noodzaak hoor. Je legt ook contacten, en krijgt een beetje meer gevoel en respect voor het werk.

Maar goed, niet te lang blijven hangen. Eerst het PvA afmaken.

 

Week 3

Het PvA is af! Tijd om de onderzoeksvragen te beantwoorden en een testplan te maken. Dat was althans wat ik aan het begin van de week had voornomen. Maar dat liep toch een beetje anders. Eén van de lasers was vrij, en dus gaf dat de kans om de testkast verder op te bouwen in de cladcabine.

Nu al beginnen met testen was misschien wat voorbarig, maar de machine was toch vrij. Daarnaast kon het ook wel helpen met de ‘officiële’ voorbereiding. “Kan ik meteen meer gericht aan de slag straks” was de gedachte.

Alleen was dat klaarzetten van de testopstelling niet zo makkelijk als ik dacht. Om de testkast te gebruiken moet de laser anders worden aangestuurd. En dat ging niet helemaal vlekkeloos. Klopt mijn programma wel? Zitten alle stekkers goed? Ben ik geen schakelaar vergeten? Laat ik het erop houden dat het een combinatie was van alle drie. Het was uiteindelijk vrijdagmiddag voordat alles werkte, maar het werkte. Maandag kunnen de eerste tests beginnen.

Week 4

Deze week was het tijd om te testen. Eindelijk! Simpelweg dingen proberen en kijken of het werkt. Niet in het wilde weg natuurlijk. Het moest wel ergens op gebaseerd zijn. De opstelling deed het nog zoals het hoorde, en ik kon meteen aan de slag.

Tegen mijn verwachting in bleek ik een hele dag nodig te hebben voor alle 22 proeven. Tot nu toe dan, er gaan er nog veel meer volgen verwacht ik.

 

Het is grappig ook dat iedereen mee wil denken als ze de resultaten van maandag zien. Net zo goed als ik willen zij ook dat het goed gaat lukken.

Wat trouwens niet zoveel met de inhoud van mijn stage werktuigbouwkunde te maken heeft, maar wel leuk is, is dat er een aantal studenten van Hogeschool Rotterdam langskwamen voor een rondleiding door het bedrijf. Waar ik een maand geleden zelf nog alles uitgelegd kreeg over de afdeling lasercladden, stond ik het nu zelf aan studenten uit te leggen. Zo merk je dat je in korte tijd toch veel over een onderwerp te weten kan komen. 

 

Nu, na de testen is mij in ieder geval één ding duidelijk geworden: Ik weet vooral wat niét goed werkt. Dat klinkt misschien als een tegenvaller maar dat valt nog best mee. Met de resultaten van nu kan ik al best veel, en er zat er één tussen die helemaal niet zo verkeerd is. Voor de volgende testen hoef ik me over een paar parameters niet meer druk te maken. Het kan direct een stuk gerichter.

 

De volgende stap? Deze resultaten vastleggen, conclusies trekken en nieuwe testen voorbereiden.

Week 5

De week na het testen was er genoeg te doen. Van de testen blijven de samples over. Die moeten ieder een afzonderlijk nummer krijgen, én op de foto. De foto’s moeten de goede nummers krijgen enzovoort. Nog een redelijke klus waar de nodige tijd in gaat zitten.

Uiteraard moet er een testrapport komen. Hierin komt alle informatie die nodig is om de test opnieuw uit te kunnen voeren. De testopstelling, -methode en alle parameters moeten nauwkeurig vastgelegd worden. Doe ik dat niet, dan kan herhaling van de test hele andere resultaten opleveren.

 

En dan de discussie van elke afzonderlijke test. Dit is niet opzettelijk ruzie maken met collega’s, maar beschrijven waar de zwaktes in de test kunnen zitten. Omdat je in feite ‘zomaar’ dingen probeert, zijn de verschillen tussen sommige samples best groot. Uiteraard is hier een reden voor en je raad het al: die reden mag ik bedenken. Een theorie in ieder geval. En hoe weet je dat je theorie klopt? Heel simpel, niet. De enige manier om daar achter te komen is het uitvoeren van een nieuwe test waarbij je die theorie kan toetsen. Zo kan ik zien of, en hoeveel invloed het heeft op het resultaat.

 

Na een aantal volle dagen is het testrapport helemaal af. Nu dit gebeurd is moet ik zeggen dat de verhouding tussen testen en rapporteren een beetje uit balans is. Eén dag testen en daarna meerdere dagen te rapporteren vind ik een beetje te veel. Daarbij komt ook nog dat testen veel leuker is. Misschien iets minder beknopter opschrijven.

 

Nieuwe testen zijn bedacht, alleen en het opbouwen van de testopstelling moet voor een deel opnieuw gebeuren. Dit komt omdat ze van het weekend op locatie hebben geclad. Ik kwam er ook later pas achter dat dat kon. Dat betekent dat ze alle laser apparatuur verkassen naar een fabriek of aan boord van een schip bijvoorbeeld, en daar gaan cladden. Een deel van de testopstelling was hiervoor gekannibaliseerd, en om weer te testen moest dat weer terug. Maar geen nood, na een middag uitlijnen en instellen was alles weer in orde.

Week 6

Nieuwe testen, nieuwe kansen. Met de resultaten van de vorige test mocht ik het deze week opnieuw proberen. Het is fijn dat ik de vorige testen als referentie kan gebruiken. Zo kan ik het resultaat vergelijken met dat van twee weken geleden. Bepaalde resultaten komen steeds vaker voor waardoor je patronen gaat zien. Langzaam maar zeker krijg je steeds meer inzicht in het gedrag van het witmetaal.

Doordat je meer na gaat denken bij het maken van het testrapport, zijn er ook een paar parameters bijgekomen. En met de nieuwe testen is de hoeveelheid data bijna verdubbeld. Ik ben begonnen met het opzetten van een kleine database. Niet goed bijhouden kan zorgen dat ik straks door de grote hoeveelheid niet meer weet welke instellingen bij welke sample horen. Dat mag niet gebeuren, want dan kan de zoektocht opnieuw beginnen.

Na de afgelopen testen mag het resultaat er zijn. Sommige testen zien er nu zo goed uit dat het de moeite waard is om iets verder te kijken. Het mag er dan nog ruw uitzien, maar onder de oppervlakte kan het materiaal een stuk beter zijn. Een sample is schoon gedraaid op de draaibank, en warempel: binnenin lijkt het goed materiaal te zijn. Op het oog dan, of het echt zo sterk is moet uit andere testen blijken. Maar voor ik daar ben moet er nog een hoop gebeuren. Tot nu toe heb ik een enkele laag geclad. Om de hechting te kunnen testen heb ik een veel dikkere laag witmetaal nodig. Hiervoor moet ik eerst weten hoe twee lagen op elkaar blijven zitten.

Week 7

Het witmetaal ziet er dus goed uit. Dat het materiaal weinig insluitingen heeft, en dus best goed is, geeft geen garantie voor een goede hechting op het stukje staal. Onder de microscoop zijn geen gekke dingen te zien, maar dat is niet genoeg. Er moet getest worden. De enige manier om dit te ontdekken is met een destructief onderzoek, ofwel: kapotmaken. Duwen en trekken totdat het breekt, zolang er maar gemeten wordt wat de kracht is.

Geloof het of niet, maar de testmethode hiervoor is genormaliseerd. In ISO 4386 als ik me niet vergis. Deze norm stelt dat het testen gebeurt met een speciale klem. Die klem is nergens verkrijgbaar, en moet gemaakt worden in de fabriek. Zelf kan ik wel een beetje knutselen, maar dit moet vrij nauwkeurig gebeuren. Daarom laat ik hem in de fabriek maken. Van school uit ben ik gewend te werken met Inventor, dus een model was snel getekend. Op de huisstijl van GBS na zijn de werktekeningen klaar en kan het klemmetje gemaakt worden.

 

Ook kwam deze week de docent langs die mij vanuit school beoordeelt. Na een kort gesprek met de stagebegeleider en een rondleiding door het bedrijf was hij heel enthousiast. Net zoals een paar weken geleden vond ik het grappig om er achter te komen hoe veel je in een korte tijd over het bedrijf te weten komt.

Het polijsten van de samples heeft me nog wel aan het denken gezet. Dat moet toch wel anders kunnen. Tot nu toe heb ik het met de hand gedaan, met steeds een fijnere korrel. Maar een uur of 2 per sample is wel wat lang. Als later meer samples volgen heb ik daar de tijd niet voor.

1/1

Week 8

Maandagmorgen was ik bezig met de laatste verbeteringen aan de werktekeningen, toen ik te horen kreeg dat de laser vrij was om te gebruiken. Het kan met cladwerk best druk zijn, dus ben direct begonnen met het ombouwen van de laser voor de proefbank. De tekeningen moesten maar even wachten. Nu de laser toch beschikbaar is, wil ik deze tijd goed gebruiken ook. Iets langer blijven is dan fijn.

Eigenlijk had ik nieuwe testen nog niet helemaal voorbereid, maar ik wist wel wat ik wilde proberen. Het kostte wat extra moeite om alle parameters goed vast te leggen, helemaal nu meerdere lagen op elkaar geclad worden. Dit geeft voor iedere laag een hele set extra parameters, foto’s en combinaties om te testen.

Na een tijdje kwamen de testen op een soort dood punt. Alles gaf een slecht resultaat. Om gek van te worden. Zelfs oude resultaten kon ik niet meer namaken. Iets was mis. Om goed te kunnen zien wat er gebeurde wilde ik het cladden filmen. Hiervoor had ik een klemmetje nodig om de camera aan de proefbank vast te maken. Achterin de fabriek is een lashoek waar ik rustig mijn gang kon gaan. Stukjes stafmateriaal werden gezaagd, en als ik iets wilde vragen was niemand te moeilijk om te helpen. Het resultaat ziet er niet uit, -en dat ligt aan mij- maar het werkt wel. Nu ik de beelden terug kan kijken, zie ik een stuk beter waar ik mee bezig ben.

Vrijdag dacht ik er te zijn. Twee lagen op elkaar cladden ging redelijk goed. Mijn verwachting was dat meerdere lagen met dezelfde instellingen goed te cladden waren. Maar dat liep even anders. In plaats van een derde laag er bovenop, lag deze, samen met de eerste twee lagen als een plasje onder de proefbank. Dat viel even tegen. Nog steeds weet ik niet precies waardoor het komt. Daarnaast heb ik gemerkt dat de afstelling van de laser op het substraat meer invloed heeft dan ik dacht. Volgende week weer een nieuwe kans.

Week 9

Deze week was de week van verbeteringen, maar niet van het resultaat…

Maandagochtend had ik weer goede moed, misschien werkte het nu opeens wel, wie weet. Helaas waren de eerste testen niet veel beter als de laatste van afgelopen vrijdag. Na nog een keer goed bekijken van de beelden werd me wel iets duidelijk. Vorige week had ik het vermoeden al dat de afstelling van de laser niet goed was, maar nu zag ik dat nog veel beter.

Alleen kon de laser eigenlijk helemaal niet beter afgesteld worden met de proefbank zoals hij was. Niet zo nauwkeurig als ik wilde in ieder geval. Om dat wel te kunnen moesten er aanpassingen komen. Na een beetje denken en schetsen was er een idee: Twee extra onderdelen, en één huidige die wat aanpassingen nodig had.

Die nieuwe onderdelen kon ik natuurlijk laten maken, maar het is veel leuker om het zelf te doen. Daarnaast had ik nog geen werktekeningen gemaakt, en kon het testen niet doorgaan zonder de onderdelen. Toen het rustig was in de fabriek heb ik dus een poosje die onderdelen staan maken. Niet alleen leuk, maar ook heb ik mijn vaardigheden een beetje bij kunnen schaven.

Het afstellen van de laser ging nu wel goed. Resultaten zijn een stuk beter en het testen kon weer doorgaan. Totdat ik een fout maakte. Om de laser te koelen moet er argon langs de optiek lopen, en die kraan moet ik handmatig openzetten. Je raad het al, die was ik vergeten. Gelukkig op laag vermogen en een enkele clad, dus de schade bleef beperkt.

Maar dat is wel de aanleiding van een andere aanpassing: Het gas wilde ik ook over de besturing hebben. Samen met een collega hebben we uitgezocht hoe het nu aangesloten was, en wat ik moest doen om te krijgen wat ik wilde. Een paar uur knutselen verder was het klaar: Nieuwe kabels, opgesplitste stekkers en een relais. Volgende week kan ik proberen of het ook zo werkt als ik dacht.

Week 10

Verder testen, maar dan nu goed. Dat was mijn gedachte op maandagochtend. Dat liep even anders, ik heb een testverbod gekregen van Jan, mijn stagebegeleider bij GBS. Niet omdat het afgelopen week mis ging, maar omdat ik voor school ook een rapport moet maken. Het is heel leuk dat ik hier veel kan testen, maar op school willen ze ook weten wat ik gedaan heb. En Jan had gelijk. Ik ben blij dat ze meedenken met mijn belangen.

Eerst had ik de werktekeningen van week 8 afgemaakt, om daarna te beginnen aan het rapport. Het rapporteren is dan misschien minder leuk, het is wel nodig. Achteraf goed dat ze zo vroeg aan de bel trokken, want ik doe er langer over dan ik had verwacht. In mijn hoofd weet ik wel hoe het zit, maar op papier krijgen valt niet mee… Waar moet je beginnen? Welke volgorde is belangrijk? Stukjes opnieuw schrijven, verplaatsen en afbeeldingen renderen.

Ondanks dat het toch echt minder leuk is als rapporteren, moet ik wel zeggen dat het goed is om even stil te staan met testen en na te denken. En door alles op een rijtje te zetten in het rapport, heb ik zelf ook een beter beeld waar ik mee bezig ben.

Ook valt me nu pas op hoeveel conclusies ik eigenlijk al kan trekken uit de afgelopen testen. Berekeningen zelfs, en dat had ik echt nog niet gedacht. Parameters voor nieuwe testen zijn hiermee berekend, en wachten tot ze getest kunnen worden. Voor nu eerst nog rapporteren.

Week 11 en 12

Twee weken verder is het rapport bijna af. Alleen de verwijzingen moeten er nog in. Als weekverslag heb ik deze twee weken samen genomen. Uiteindelijk ben ik alleen met het rapport bezig geweest.

Het rapport mag maximaal 10000 woorden lang zijn. En het is niet makkelijk daar binnen te blijven. Ik ben erachter gekomen dat ik snel moeilijk ga denken, en alles té uitgebreid opschrijf. Met het gevolg dat ik niet genoeg ruimte over houd. Stukjes van vorige week heb ik ook grotendeels opnieuw geschreven om minder woorden te gebruiken. Eerst begon het bij één onderwerp, maar langzaam aan begon het steeds meer een rapport te worden.

Net als bij het vooronderzoek en testrapport moet ik er soms even tussenuit. Dat kost wel wat tijd, maar dat is beter dan een hele middag naar het scherm staren zonder een woord te typen. Ook had ik soms wat tijd als ik ‘even’ wilde opslaan… Er stonden zoveel afbeeldingen in dat Word bijna crashte.

Maar dat is nu bijna afgelopen. Er moeten nog een paar kleine dingen gebeuren. Opmaak vooral. Daarnaast wil ik nog destructief onderzoek doen. Slopen, kort gezegd. Maar dan wel meten wanneer het kapot gaat. Als dat verwerkt is, is het rapport echt klaar. Zo lang ik onder het maximum woorden blijf tenminste.

Verschillende collega’s wilden het rapport voor me doorlezen. Hun feedback kan ik dan maandag meteen meenemen. De deadline voor school staat een week later. Lekker om daar geen stress voor te hebben.

Week 13

Het rapport is nu zo ver af dat ik weer proeven kan gaan doen. Niet met cladden, maar met destructief onderzoek. Dat het witmetaal hecht op het substraat is leuk, maar ik wil wel weten hoe goed het vast zit. Om dat te kunnen doen moest ik een paar proefstukken maken die ik kapot kon drukken onder de pers.

Alleen dat was nog niet zo simpel. De stukken die ik tot nu toe had geclad, waren in eerste instantie niet bedoeld om na te bewerken. Om zo veel mogelijk te kunnen cladden op één as had ik weinig ruimte tussen verschillende samples gelaten. En precies daar had ik nu last van. Daarnaast wilde ik van iedere sample een proefstuk, én een stuk om te polijsten.

Gelukkig was er wel een draaibank vrij die dag, dus ik kon direct aan de gang. Het kostte me de hele dag om 9 proefstukken te maken. Het was dan wel een tijdrovend klusje, maar eerlijk is eerlijk, zelf ben ik ook niet de meest ervaren draaier.

In tegenstelling tot het maken de stukken, was de proef zo gebeurd. In een minuut of 5 waren ze allemaal kapot. Grappig wel dat de voorbereiding zo lang duurt in vergelijking met de test. In eerste instantie viel het resultaat een beetje tegen, maar ik had een fout gemaakt. Voor de berekening had ik de verkeerde zuigerdiameter gebruikt. Nu is de sterkte vier keer zo hoog, een stuk aannemelijker. Dat viel even mee.

Ook dit onderzoek staat ondertussen in het rapport, en daarmee is het nagenoeg af. Op een laatste revisie na, kan het ingeleverd worden.